Spionage onder journalisten

DJ nr.19, 21 november 2007 

Duitsland, Italie, Frankrijk, Polen, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Rusland  

Vraag je dossier op    

Spionage
Journalisten zijn altijd de klos

Sinds jaar en dag zijn journalisten met hun netwerken in dossiers van inlichtingendiensten terechtgekomen. In Nederland, en zeker ook in het buitenland. Nieuw is evenmin dat journalisten zijn aangetrokken als spion of dat spionnen zich als journalisten uitgaven.

Herman Spinhof

In het verleden mochten Karel van ’t Reve, Willem Oltmans en Rudie van Meurs rekenen op bovenmatige belangstelling van de BVD, de voorloper van de AIVD. Het bekendst onder de recente gevallen is de registratie van de telefoongesprekken van Joost de Haas en Bart Mos van De Telegraaf. Verscheidene andere (onderzoeks)journalisten weten of vermoeden dat hun gangen gevolgd werden. Onderzoeksjournalist Jos Slats (KRO Reporter) deed met zijn collega’s onderzoek naar onder meer de Hofstadgroep. In het strafdossier van Samir A. zijn Slats en een collega opgenomen. In dat dossier staan nauwkeurige details omtrent een ontmoeting tussen de journalisten en de verdachte. Slats: ‘Om mijn bronnen te beschermen haal ik wel eens de batterij uit mijn mobieltje om te voorkomen dat ik getraceerd word.’
Ook Henk van Gelder van de Gelderlander gebruikt om zijn bronnen te beschermen geen telefoon meer in gevoelige zaken. Hij onthulde het dossier over misstanden bij de politie Gelderland-Midden. Door het interne veiligheidsbureau van de politie is een onderzoek gedaan naar zijn bronnen, om lekken in het corps te kunnen achterhalen. Van zijn telefoongesprekken zijn printlijsten gemaakt, zo blijkt uit een uitgelekt memorandum.
‘Het werk van journalisten en hun bronnen is in het geding’, reageert Thomas Bruning van de NVJ, op het meest recente geval waarin de gangen van journalist Frénk van der Linden gevolgd zijn door de AIVD.
Een oude, maar beroemde zaak is die van Rudie van Meurs, destijds journalist bij VN en woonachtig in Herwijnen. ‘Democratie is een openbare aangelegenheid, mag je dan gehoor geven aan acties van de BVD, die op geheime wijze gegevens verzamelt?’, vroeg de toenmalige burgemeester van Herwijnen zich in 1974 af. Door zijn manmoedige houding – de burgemeester weigerde het ministerie informatie te verschaffen over zijn dorpsgenoot – kwam de affaire rond deze VN-journalist destijds aan het licht.
Oud-BVD-man Frits Hoekstra noemde, in De Leugen Regeert (16 november j.l.), journalisten en medewerkers van de inlichtingendiensten ‘vakbroeders’. Dat steekt Van Meurs. Vooral omdat de aanwezige journalisten er niet afwijzend op reageerden. ‘Dat soort instellingen zijn de grootste vijanden van journalisten!’ reageert Van Meurs. Hij werd in de jaren ’70 zelf onderwerp van onderzoek ‘ten behoeve van een Nederlands ambtelijk doel’ door de toenmalige BVD. Aanleiding waren zijn artikelen in Vrij Nederland over de Rode Jeugd. ‘Het gaat er niet zo zeer om dat journalisten daar last van zouden hebben, het gaat om de bronnen. Die zijn in het geding. Dat raakt de essentie. Als journalist mag je het nooit op een akkoordje gooien met inlichtingendiensten.’
Bruning: ‘Van deze methodes, waarin journalisten zelf doelwit zijn of als bijvangst in een dossier terechtkomen, zal de minister principieel afstand moeten nemen. Dat vragen wij in een brief die 20 november de deur uit is gegaan.’
In de ‘Van Meurs-Herwijnen-affaire’ antwoordde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, De Gaay Fortman, in 1975 op Kamervragen: ‘In dit geval gaat de belangstelling van de BVD meestal niet zozeer uit naar de journalist als wel naar de bron of bronnen waaruit hij zijn informatie heeft geput.’
De huidige minister, Guusje ter Horst zegt in Nieuwe Revu dat er ‘situaties kunnen zijn waarbij het toch nodig is’ om in journalistieke processen te interveniëren ‘ter bescherming van jullie en mijn veiligheid’, Ze voegt daar nog aan toe: ‘Voor de AIVD is het zeer belangrijk om informatie te krijgen over mensen die radicaliseren.’ Een ‘ontoereikende’ reactie, aldus Bruning. ‘Dit handelen van de AIVD moet de minister scherp veroordelen. Het op deze manier verkregen materiaal zal moeten worden vernietigd. Er moet een richtlijn komen waarin de bijzondere positie van de pers onderkend wordt. Dit incident onderstreept het belang van een wet voor bronbescherming.’
Woordvoerder Miranda Havinga van de AIVD bevestigt dat er met Van der Linden eind vorige week een gesprek is geweest om ‘misverstanden’ uit de weg te ruimen. Een misverstand zou zijn dat er van Van der Linden een dossier zou bestaan. ‘Wij onderzoeken meer zaken als terrorisme en radicalisering’, aldus de woordvoerder ‘en daar kunnen journalisten in voorkomen, die dan in dat dossier terecht komen’. Op de vraag wat en hoe precies dat wordt vastgelegd en of er ook journalisten worden onderzocht, wilde ze geen commentaar geven.

De ‘Van Meurs-Herwijnen’ en andere affaires zijn beschreven in Rudie van Meurs’ boek ‘De BVD. Samenzweringen tegen ambtenaren, studenten, journalisten, dominees en andere democraten’ (Van Gennep, 1978).

Buitenlandse ervaringen: schering en inslag

Duitsland: Bespioneren bijna gewoon
Duitsland – althans een deel ervan – zit natuurlijk met zijn Stasi-verleden, maar ook in het westen zijn de inlichtingendiensten actief. Vorig jaar bleek de Bundesnachrichtendienst jarenlang journalisten van Focus, Der Spiegel en de Süddeutsche Zeitung te hebben bespio­neerd en journalisten als spion te hebben ingehuurd. En de laatste maanden schrikken de Duitse justitie en inlichtingendiensten weer niet terug voor een inbreuk meer of minder op de persvrijheid. In augustus probeerde justitie om via journalisten de afzenders van geheime stukken uit een parlementaire onderzoekscommissie te achterhalen. Afgelopen week bleek dat in opdracht van het OM bij de voorbereiding van de G8-top in Heiligendamm negentien gesprekken van journalisten zijn afgeluisterd, van een journalist van de NDR zelfs méér dan een jaar. Bij het onderzoek naar de zogeheten militante Gruppe – een linkse terreurgroep – is de post aan Berlijnse redacties gecontroleerd door inlichtingendiensten. De betrokken hoofdredacties hebben protest aangetekend. Minister Zypries (Justitie) moet parlementaire vragen beantwoorden. (Arjan Paans)

Italië: Nepverhalen en omkoping
Ongeveer 30.000 Euro kreeg adjunct-hoofdredacteur Renato Farina van dagblad Libero als ‘agent Betulla’ (Berk) tussen 1999 en 2006 van de militaire inlichtingendienst. In ruil daarvoor moest hij angstzaaiende nepverhalen publiceren: over op handen zijnde terroristische aanslagen tijdens de Olympische Spelen in Turijn, op het Sint Pietersplein in Rome en de metro in Milaan. Farina was niet de enige, maar wel de belangrijkste journalist die zich aan dergelijke praktijken schuldig maakte. Begin februari werd hij veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 6800 euro. De afgelopen jaren werden journalisten van La Republicca en Corriere della Sera afgeluisterd en geschaduwd. Het ging daarbij om gevoelige dossiers zoals de ontvoering van een imam in Milaan door de CIA en het valse rapport (in Italië vervaardigd) over de aankoop van uranium in Nigeria door Irak.
De huidige hoofdredacteur Giuliano Ferrara van Il Foglio en presentator van de talkshow 8½ liet zich in de jaren ’80 door de CIA betalen om informatie te geven over de socialistische premier Craxi. (Hedwig Zeedijk)

Frankrijk: Afluisterschandalen bij de vleet
Om de haverklap staat in Frankrijk een onderzoeksrechter op de stoep van een redactie met een huiszoekings- dan wel een aanhoudingsbevel. Dat is vele malen gebeurd bij Le Monde, radio- en televisiestations (in Corsica), bij het onderzoeksweekblad Le Canard Enchaîné en laatstelijk bij persagentschap Capa. Daags nadat president Sarkozy Capa-videojournalist Marc Garminian in Tsjaad had ‘bevrijd’, stond Justitie bij Capa op de stoep om de filmrushes in beslag te nemen van de massale kinderontvoering. De hoofdredactie weigerde uit hoofde van het principe dat Franse journalisten hun bron niet vrij hoeven te geven. De wet is daarin dubbelzinnig: journalisten mogen hun bronnen beschermen, maar tevens gelden ze voor Justitie als normale burgers.
Wat betreft de eindeloze serie afluisterpraktijden – Mitterrand had zelfs een speciale afluistercentrale onder het Elysée– daar is officieel een eind aan gekomen,  hoewel het nog steeds kan. (Jan van Etten)

Polen: Bespioneerd door premier
De vorige Poolse premier Jaroslaw Kaczynski liet kritische journalisten bespioneren. Dat bleek in augustus, toen twee oppositieparlementariërs de getuigenis van de gewezen Poolse minister van Binnenlandse Zaken, Janusz Kaczmarek, voor een gesloten parlementaire commissie lieten uitlekken. Kaczmarek vertelde de commissie dat bij twee journalisten de telefoons waren afgetapt en dat minister van Justitie Zbigniews Ziobro met medeweten van de premier alle diensten inzette om critici onder druk te zetten. De geheime dienst moest onder meer materiaal verzamelen om de belangrijkste Poolse media, tv-zenders Polsat en TVN en dagblad Gazeta Wyborcza, te chanteren. Kort nadat de parlementariërs uit de school hadden geklapt, viel de politie het huis van een freelance journalist binnen, die bezig was aan een verhaal over de affaire. De ex-minister zelf werd vanwege zijn getuigenis eind augustus kortstondig gearresteerd, maar moest in september worden vrijgelaten omdat een rechtbank de arrestatie onwettig noemde. (Runa Hellinga)

Verenigd Koninkrijk: Dunne lijn tussen spioneren en journalistiek
De lijn tussen journalistiek en werk voor de inlichtingendienst lijkt dun: denk aan dubbelspion Kim Philby (1912-1988), voormalig buitenland-correspondent voor The Observer, en veel recenter, een spy-writer als Rupert Allason, conservatief parlementariër tot 1997, expert op spion­nengebied en auteur onder het pseudoniem Nigel West. Van hem wordt aangenomen dat hij zelf werkt voor MI5 en/of MI6. In 1995 gaf MI6 aan The Sunday Telegraph materiaal om Ghadaffi’s zoon in een kwaad daglicht te zetten. Dit kwam aan het licht in een rechtszaak. De journalist, Con Coughlin, had zich beroepen op een bron die hij ‘a British banking official’ noemde. Er zijn ook inlichtingenmensen die zich als journalist voordoen. Zoals Keith Robert Craig, een MI6-officer, die in publicaties in The Spectator, onder de naam Keith Roberts, propageerde dat de Britse troepen zich uit Bosnië dienden terug te trekken (om de Serviërs hun gang te laten gaan) en die (onterecht) klaagde over onzorgvuldige berichtgeving van o.a. BBC’s Kate Adie. De meest recente kwestie betreft twee bij MI5 weggelopen en uit de school klappende agenten, David Shaylor en Annie Mahon. Zij deden onthullingen over hun werkzaamheden bij MI5 en schreven in 2005 een boek waarin ze beweren dat MI5 (Guardian)-journalisten afluistert en o.a. de BBC’s John Simpson heeft gebruikt om Iran verantwoordelijk te houden voor de Lockerbie-bomaanslag in 1988. (Hieke Jippes)

Verenigde Staten: Bedrijven en overheid bespioneren pers
Bij het meest recente schandaal over afluisteren van journalisten was niet de regering betrokken, maar Hewlett-Packard Co. In september 2006 huurde HP privé-detectives om uit te vinden wie vertrouwelijke bedrijfsinformatie had gelekt naar de media. De privé-telefoongegevens van negen journalisten die het bedrijf volgen, werden gescreend. De officier van Justitie in Californië zoekt de zaak uit.
In 1992 heeft de Anti-Defamation League (felle verdedigers van Israël) 12.000 personen en meer dan 600 links-van-het-mid­den staande organisaties bespioneerd. In 1994 is de League door een gerechtshof tot ‘journalist’ verklaard en mocht daardoor wettelijk beschermd informatie verzamelen. Die bescherming is later opgeheven, omdat deze alleen geldt, als er ook journalistieke dingen mee gedaan worden.
Tot oktober 2004 heeft de National Security Agency (NSA) journalisten, zijn eigen werknemers, werknemers van andere spionage­organisaties en hun contacten in de media en het Congres afgeluisterd. Codenaam: Firstfruits, een database met de artikelen en transcripties van telefoongesprekken en andere communicatie van journalisten in Washington die berichtten over activiteiten van spionageorganisaties. (Benno Groeneveld)

VRAAG JE DOSSIER OP
Ben je zelf of de personen die je spreekt ‘target’ of ‘non-target’ voor inlichtingendiensten? Dat is de vraag die elke journalist, die met gevoelige kwesties aan de slag is, zich moet stellen. Om enigszins zicht te krijgen hoe breed verbreid de AIVD journalisten volgt, adviseert de NVJ journalisten hun dossier op te vragen bij de AIVD. Omdat de AIVD meer zaken (bijvoorbeeld de Koude Oorlog of terrorisme) volgt dan personen, moet bij het opvragen van dossiers precies aangegeven worden om welke kwesties het gaat. De NVJ kan hierbij steun verlenen.

Hoe de procedure werkt kun je vinden op de site van de AIVD: https://www.aivd.nl/organisatie/uw-(eventuele)
 

 

Advertenties

Over hermanspinhof

journalist/ writer, print, television, radio photographer
Dit bericht werd geplaatst in media. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s