Weeda voltrekt executie Museumplein

 

   © 1997 Het Parool – April 17, 1997

Rita Weeda voltrekt executie Museumplein

 

AMSTERDAM – De kortste snelweg van Europa is niet meer. Met een

vrolijke plechtigheid werd de Museumstraat vanochtend om exact 10.40 uur ten

grave gedragen. De joligheid stond haaks op het gevoel van weemoed en

verlangen dat iedere automobilist overvalt. Nooit meer onbekommerd scheuren

van punt A naar punt B, van Concertgebouw naar Rijksmuseum of omgekeerd,

nooit meer het zoete ratelen van de wielen op het klinkerdek.

 

      De executie werd uitgevoerd door Rita Weeda, bestuurder van stadsdeel

Zuid. Met een shovel lichtte ze een handjevol klinkers uit het gelid en werd

de Museumstraat bijgezet in het rijkelijk gevulde mausoleum van historische

vergissingen.

 

Door: FRENK DER NEDERLANDEN

 

      Een beetje navrant was het wel dat uitgerekend Weeda de eer te beurt

viel als laatste de tweehonderd meter over het Museumplein te slechten. Het

was immers haar stadsdeel dat de Museumstraat op 7 juli 1993, toen het

masterplan van de Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson werd

aangenomen, ter dood veroordeelde. Maar sommige mensen zijn nu eenmaal voor

het geluk geboren. In een slakkengang reed de taxi met Weeda en Andersson

van het Rijksmuseum naar de Van Baerlestraat, waarna ze breed grijnzend het

vonnis voltrok. ‘Ik sta hier met trots,’ sprak Weeda. ‘Een cruciaal moment

in de geschiedenis van het Museumplein. Een ommekeer in de discussie. Vanaf

nu kan iedereen zien hoe het plein zal worden.’ Een kaalslag, riepen enkele

actievoerders.

 

      De klinkerbaan die straks wordt omgeploegd tot het uitgestrekte gazon

dat Andersson in zijn oneindige wijsheid heeft bedacht, is 44 jaar oud

geworden. Maar de geschiedenis van de Museumstraat gaat eigenlijk terug tot

1872. In dat jaar ontwierp stadsingenieur J.G. van Niftrik, die een paar

jaar eerder ook het eerste plan voor het Museumplein had gemaakt, het

stratenplan voor het gebied tussen het Vondelpark en de Boerenwetering.

 

      Van Niftrik projecteerde een weg in het verlengde van de Spiegelstraat

die de braakliggende terreinen in tweeen zou delen. Hoewel zijn naar een

hoepelrok vernoemde Crinoline-plan door de gemeenteraad werd goedgekeurd,

kwam het nooit tot uitvoering. De bouw van het Rijksmuseum sloot het plein

af van de binnenstad. Maar de grondgedachte van het driehoekige ontwerp

bleef, inclusief de weg, de geest van vrijwel alle latere plannen bepalen.

 

      Ook P.H. Cuypers, die in 1876 was benoemd tot architect van het

Rijksmuseum, borduurde in zijn bebouwingsplan voort op het ontwerp van Van

Niftrik. Hij zag een 45 meter brede boulevard met bomen in de as van het

museum voor zich. ‘Zeer wenschelijk ware het,’ schreef de architect, ‘deze

weg tot een der schoonste en belangrijkste te maken van deze wijk, en dit is

alleen te verkrijgen door een combinatie van straat-, rij- en wandelweg, en

het aanleggen van aanzienlijke huizen met tuinen.’

 

          Zoals zo vaak in de historie van het Museumplein, bleef ook het

ontwerp van Cuypers steken in het papieren stadium. Het Plein der Plannen

werd het Plein van de Gemiste Kansen. In het ene ontwerp werd de boulevard

versmald tot een meter of dertig, het andere plan voorzag in twee boulevards

met ‘een of ander monumentaal gebouw’ in het midden; op weer een andere

schets werd de weg in tweeen gedeeld door een enorme fontein.

 

      De architecten De Casseres, Van Eesteren, Karsten en Merkelbach

tekenden in 1928 als eersten een brede verkeersweg in de as van het plein,

als een natuurlijke voortzetting van de De Lairessestraat.

 

      Maar het zou nog meer dan vijfentwintig jaar duren voor de straat er

daadwerkelijk kwam. Nadat de ‘museumterreinen’ in de Tweede Wereldoorlog

waren veranderd in een afzichtelijke modderpoel, maakte Van Eesteren,

destijds hoofdarchitect bij Publieke Werken, in 1952 een nieuw ontwerp.

 

      De twintig meter brede Museumstraat moest de verbinding worden tussen

de binnenstad en snelverkeer uit Den Haag. Van Eesteren hield toen al

rekening met een uitbreiding van het Stedelijk, dat samen met een tweede

museum aan de Van Baerlestraat het plein ook aan de zuidzijde zouden

afsluiten.

 

      De gemeenteraad keurde het plan goed, waarna onverwijld de bunkers uit

de oorlog en het gebouw van de ijsclub werden gesloopt.

 

      De Museumstraat werd in 1953 en 1954 aangelegd en omzoomd met –

onlangs weer verwijderde – lindenbomen. Maar daar hield het op. Het

definitieve plan werd nooit uitgevoerd; het verkeersknooppunt dat Van

Eesteren had bedacht, is er nooit gekomen.

 

      De onbestemde snelweg werd een vreemd soort niemandsland vol

touringcars, fietsers, geparkeerde auto’s en taxi’s. Vaak verguisd, maar ook

geliefd als een ruimtelijke oase in de benauwde binnenstad; in ieder geval

een plek waar de gestresste automobilist voor even zijn geest kon laten

waaien.

 

      Dat verdwijnt nu voorgoed onder het zand. Alleen de bus mag in verband

met de heiwerkzaamheden in de Paulus Potterstraat, nog een paar maanden over

het plein blijven rijden. Na de zomer is het gedaan met de straat die nooit

de kans heeft gekregen volwassen te worden.

 

      Voortaan moet het verkeer via de Roelof Hartstraat en de Hobbemakade

naar het centrum. Ook mooie straten, maar niet recht en niet breed en zonder

klinkers.

 

  De Museumstraat ruste in vrede. 

Advertenties

Over hermanspinhof

journalist/ writer, print, television, radio photographer
Dit bericht werd geplaatst in Nieuws en politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s