Persvrijheidslezing 2007

TOESPRAAK GEERT BOURGEOIS

Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme

Persvrijheidlezing, Hilversum, 3 mei 2007

 

Geachte dames en heren,  

In 1993 werd 3 mei door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘internationale dag voor de persvrijheid’. Voor de vijfde keer al wordt deze dag in Nederland gevierd. Ik ben bijzonder vereerd dat ik op de eerste jubileumeditie van deze bijeenkomst de persvrijheidlezing mag uitspreken. Ik verneem trouwens dat onze gastheer, de Nederlandse Wereldomroep, dit jaar ook een jubileum viert: hij bestaat 60 jaar. Proficiat en bedankt voor de decennialange promotie van onze gemeenschappelijke taal in de wereld.

Het thema van vandaag is: ‘Bronbescherming onder druk’ en, zoals u weet, ligt de bescherming van journalistieke bronnen mij na aan het hart.

Mee op mijn initiatief is er in 2005 in België een wettelijke regeling tot stand gekomen ter bescherming van het bronnengeheim van de journalisten. Die wetgeving behoort zonder enige twijfel tot de meest verregaande in Europa. Ze kwam er na een kwart eeuw van opeenvolgende incidenten tussen pers en gerecht.

Journalisten werden soms gedwongen hun bronnen mee te delen aan politie of parket, er werden huiszoekingen verricht op redacties of bij journalisten thuis, journalisten werden aangehouden op beschuldiging van heling…

Met het Goodwin-arrest erkende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 1996 het journalistiek bronnengeheim als essentiële voorwaarde voor de persvrijheid. De situatie bij ons op het terrein verbeterde echter nauwelijks, ook niet na een resolutie van de Raad van Europa waarin de lidstaten werden opgeroepen om het journalistieke bronnengeheim te respecteren.

De eerste parlementaire voorstellen tot erkenning van het journalistieke bronnengeheim in België dateren al van 1985. De huidige wet kwam er op parlementair initiatief genomen in juni 2003, waarbij mijn wetsvoorstel als basis diende. Nauwelijks een maand na de indiening werd de Belgische staat door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld voor huiszoekingen die in 1995 uitgevoerd werden op redacties en bij journalisten thuis in de marge van hun berichtgeving over de Agusta-corruptiezaak. Die veroordeling bezorgde ons initiatief vleugels. Er volgden geanimeerde discussies in beide Kamers van het federale parlement, maar het draagvlak voor een wettelijke bescherming was groot: de tekst werd uiteindelijk unaniem goedgekeurd in Kamer en Senaat. Het werd de wet van 7 april 2005 tot bescherming van de journalistieke bronnen.

Voor ik nader inga op de inhoud van de wet, wil ik nog even een paar puntjes op de i zetten, bij wijze van anticipatie op kritische stemmen. Bronbescherming, hoe wenselijk en noodzakelijk ook, verandert niets aan het uitgangspunt van goede journalistiek. Dat uitgangspunt is en blijft dat een journalist maximaal open kaart speelt over zijn bronnen. Door iemand in beeld te brengen, door iemand nominatim te quoten, enzovoort. Dat komt ook de geloofwaardigheid van zijn berichtgeving ten goede. Alleen als een bron weigert in beeld te komen, omdat zij of hij daardoor te grote risico’s loopt, mogen en moeten journalisten met die bron confidentieel kunnen omgaan, zonder dat ze daarom door het gerecht geviseerd kunnen worden.

Nog een ander puntje op de i: bronbescherming verandert niets aan de vereisten van correcte journalistiek. De wet is voor journalisten geen vrijgeleide om nu eender wat de wereld in te sturen. De wet laat de burgerlijke aansprakelijkheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de journalist voor zijn berichtgeving ongemoeid. Checken en dubbelchecken blijft dus de boodschap en dat geldt nog meer als er met anonieme bronnen wordt gewerkt.

De wet tot bescherming van de journalistieke bronnen heeft enkel een journalistieke plicht aangevuld met een juridisch recht. Het behoort al lang tot de ethische plichten van de journalist om zijn bronnen te beschermen. Dankzij deze wet heeft de journalist voortaan ook het recht om zijn bronnen te beschermen.

De wet is al bij al vrij beknopt. Vooreerst garandeert ze dat gerecht en politie journalisten en redactiemedewerkers niet kunnen dwingen hun informatiebronnen bekend te maken, inlichtingen te verstrekken of documenten te overhandigen indien dat als gevolg zou kunnen hebben dat hun informanten kunnen worden geïdentificeerd. Dat impliceert ook dat het gerecht bij journalisten geen opsporings- en onderzoeksmaatregelen mag uitvoeren met betrekking tot hun bronnen, zoals fouilleringen, huiszoekingen, inbeslagnemingen en het afluisteren en opnemen van telefoongesprekken.

Voorts wordt uitgesloten dat journalisten zouden vervolgd worden wegens heling of medeplichtigheid wanneer zij hun bronnen niet vrijgeven, een techniek die vroeger al eens werd toegepast om toch de bron van een journalist te achterhalen.

Het journalistieke recht om zijn bronnen geheim te houden is niet absoluut. Als de fysieke integriteit van personen in gevaar is, bijvoorbeeld bij gijzelingen, ontvoeringen en terroristische misdrijven, kan een rechter een journalist verplichten om zijn bronnen vrij te geven.

Maar ook in dit geval is de rechter nog gebonden aan twee zeer beperkende voorwaarden:

– de aan de journalist gevraagde informatie moet cruciaal zijn om deze misdrijven te voorkomen

– en de gevraagde informatie mag op geen enkele andere wijze verkregen kunnen worden.

Belangrijk is ook dat de gevraagde informatie steeds moet dienen om misdrijven te voorkomen. Informatie over aan de gang zijnde of afgelopen misdrijven valt hoe dan ook onder het bronnengeheim.

Het toepassingsgebied van de wet is vrij ruim. Niet alleen journalisten, maar ook redactiemedewerkers vallen eronder. En niet alleen beroepsjournalisten, maar alle zogenaamde professionele journalisten kunnen een beroep doen op de wettelijke bescherming van het bronnengeheim. Naast de beroepsjournalisten zijn dat dus ook freelancers, correspondenten, en fotografen die hen vergezellen. Onder redactiemedewerkers verstaat de wet personen die geen journalist zijn maar die toch – omwille van de uitoefening van hun functie – kennis kunnen hebben van journalistieke bronnen. Voorbeelden hier zijn secretarissen, telefonisten, archivarissen of chauffeurs.

Hoewel de categorie van personen die zich op het brongeheim kunnen beroepen, in de wet vrij ruim werd omschreven, oordeelde het Arbitragehof, dat is het Grondwettelijk Hof, op 7 juni 2006 in een opmerkelijk arrest dat de gehanteerde definitie toch nog te beperkend is. Volgens het Hof komt het recht op geheimhouding van hun informatiebronnen niet alleen toe aan professionele journalisten en hun medewerkers, maar aan iedereen die journalistieke activiteiten uitoefent. Ook bloggers kunnen zich nu op het wettelijk bronnengeheim beroepen.

Het spreekt wel vanzelf dat ook bloggers strafrechtelijk verantwoordelijk en burgerrechtelijk aansprakelijk blijven voor hun berichtgeving.

Door de wet is er een einde gekomen aan de praktijk van grootscheepse huiszoekingen op redacties en bij journalisten thuis. Maar toch blijkt het bestaan van de wet nog niet in alle uithoeken van het land even goed doorgedrongen te zijn. Zo liet een Antwerpse onderzoeksrechter enkele maanden geleden nog het gsm-verkeer van journalist Joris Van der Aa van de populaire Vlaamse krant Het Laatste Nieuws natrekken in het kader van een strafonderzoek naar mogelijke schending van het beroepsgeheim door politiemensen. Nochtans is het afluisteren en opnemen van het telefoonverkeer van journalisten door de wet verboden.

De federale minister van Justitie, Laurette Onkelinx, bevestigde dat begin dit jaar uitdrukkelijk in de Senaat. Ze voegde eraan toe dat zij een gerechtelijke procedure kan opstarten wanneer journalisten het slachtoffer zijn van een ontoelaatbare onderzoeksmethode. Dat is tot nog toe nog niet gebeurd. Maar Onkelinx heeft met haar tussenkomst in de Senaat duidelijk het signaal willen geven dat noch de politie, noch de gerechtelijke onderzoeksdiensten, noch de onderzoeksrechter zelf zich aan de wet op het bronnengeheim kunnen onttrekken.

Dat signaal moet een onderzoeksrechter in Brugge niet tijdig bereikt hebben. Die stelde onlangs immers nog journalist Douglas De Coninck in verdenking voor bendevorming en aanslagen omdat hij weigerde zijn bronnen bekend te maken. De journalist werd door de onderzoeksrechter beschouwd als bendeleider en brein achter ‘De Stoete Ostendenaere’, een actiegroep die het vroegere Belgische koloniale regime aanklaagt en strijdt tegen de monarchie in België. De Coninck schreef voor de krant De Morgen reportages over hun acties. Daarvoor had hij contact met een lid van de actiegroep. Hij nam in naam van de actiegroep ook een prijs van de Republikeinse Kring in ontvangst. De onderzoeksrechter eiste van De Coninck dat hij de naam van de geïnterviewde zou prijsgeven. Naar eigen zeggen van de journalist werd ook zijn telefoonverkeer in de gaten gehouden. Intussen heeft de betrokken onderzoeksrechter zich van de zaak teruggetrokken.

Een derde incident had plaats in het Franstalige landsdeel. Daar werd een journaliste van de Franstalige omroep RTL zwaar aangepakt door het comité P dat wilde achterhalen bij welke bronnen zij haar informatie had gehaald. Het comité P controleert de politiediensten in ons land.

Deze drie inbreuken op de nog jonge wet tonen aan dat het gerecht het moeilijk blijft hebben met het bronnengeheim. Als er zich nieuwe schendingen zouden voordoen, moet de minister van Justitie krachtdadig optreden en daadwerkelijk een gerechtelijke procedure opstarten om de schuinsmarcheerders in de pas te doen lopen. Door oogluikend inbreuken te tolereren of te minimaliseren, krijgen de politiediensten, de parketten en de onderzoeksrechters immers het signaal dat ze het met het bronnengeheim niet al te nauw moeten nemen.

Maar er dreigt ook een ander gevaar om de hoek. De minister van Justitie wil de inlichtingendiensten in ons land verrregaande bevoegdheden geven om in milieus te infiltreren en mensen af te luisteren. Die plannen dreigen het bronnengeheim ernstig uit te hollen. De nakende federale verkiezingen hebben ervoor gezorgd dat het wetsontwerp ter zake nog niet goedgekeurd is.

Maar na de verkiezingen zal het erop aankomen het wettelijke bronnengeheim uit te breiden zodat een journalist het niet alleen kan inroepen tegenover politie en gerecht, maar ook tegenover de inlichtingendiensten.

Justitie heeft er nooit een geheim van gemaakt dat ze niet warm loopt voor het bronnengeheim. Bij de bespreking van het wetsontwerp in het parlement stuurde Procureur-generaal Christine Dekkers de volgende dringende fax naar minister van Justitie Onkelinx: ‘Het college van Procureurs-generaal is van mening dat meerdere aspecten van het betreffende wetsontwerp voor de toekomst ernstige problemen met zich zouden kunnen meebrengen.’

Die problemen, daar wachten wij nog steeds op. En uiteraard ben ik als medebezieler en auteur van de wet op het bronnengeheim de mening toegedaan dat een wettelijke regeling er wel degelijk toe doet.

Een wettelijke regeling biedt journalisten en hun bronnen onmiskenbaar veel meer houvast dan een vrijwillige gedragscode waartoe het gerecht zich verbindt.

Ongetwijfeld heeft de wet op het bronnengeheim de werkomstandigheden op veel redacties opmerkelijk verbeterd. Vooral het leven en werk van de onderzoeksjournalist, de onderzoeksblogger inbegrepen, is er door de wet een stuk gemakkelijk op geworden.

Van de wet gaat ook een belangrijk preventief effect uit. Het wettelijk gegarandeerde bronnengeheim zorgt ervoor dat media en journalisten niet aan zelfcensuur gaan doen uit schrik om door het gerecht aangepakt te worden.

De bronnen zelf beschikken over de wettelijke verzekering dat ze uit beeld kunnen blijven, waardoor ze vrijelijker en spontaner zullen gaan praten. Zeker als er geen wettelijke bescherming van klokkenluiders bestaat of bij ontstentenis van een wettelijke regeling op het vlak van openbaarheid van bestuur is een wettelijke bescherming van het bronnengeheim het minimum minimorum.

Ideaal is uiteraard dat zowel het brongeheim als het klokken luiden en de openbaarheid van bestuur wettelijk geregeld zijn. De drie samen creëren de ideale omgeving waarbinnen de pers onbevangen kan werken en dus niet onder druk staat om aan zelfcensuur te gaan doen.

De openbaarheid van bestuur is in ons land vrij behoorlijk geregeld. Het probleem hier is veeleer dat er door de pers te weinig gebruik van wordt gemaakt. Met de bescherming van klokkenluiders is het minder goed gesteld. Enkel ambtenaren van de Vlaamse overheid die de klok luiden, zijn decretaal beschermd. Een algemene regeling bestaat niet, ook niet voor de privé.

In de VS zijn beursgenoteerde bedrijven verplicht klokkenluiders te beschermen. In Nederland worden de beursgenoteerde bedrijven hiertoe door de code-Tabaksblat opgeroepen. In de code-Lippens, de Belgische tegenhanger van de code-Tabaksblat, komt het woord klokkenluider niet eens voor.

Als we het over de persvrijheid hebben, mogen we niet alleen oog hebben voor de geschreven pers en de audiovisuele media. Het internet opent op het vlak van de persvrijheid enorme perspectieven. Het net maakt het mogelijk dat iedereen zijn eigen medium creëert. Iedereen journalist. Iedere blogger kan zijn eigen weblog opzetten en zo zijn stukje persvrijheid en basisdemocratie realiseren. Bloggers zijn journalist en uitgever tegelijk. De weblogs schieten als paddenstoelen uit de internetgrond, een evolutie die fel contrasteert met de aanhoudende concentratie in de traditionele media.

In de print en in de audiovisuele media hebben de zuilbelangen plaats geruimd voor economische belangen. Media moeten een zo groot mogelijk bereik hebben. Ook hier loert de zelfcensuur om de hoek. Informatie wordt best geserveerd in hapklare brokken, licht verteerbaar, politiek correct. Informatie wordt meer en meer infotainment.

Dat dreigt de geloofwaardigheid van de traditionele media aan te tasten. Nochtans is dat precies het terrein waarin ze zich blijvend zouden moeten weten te onderscheiden. Het is hun unique selling proposition, die ze uit puur economisch eigenbelang moeten koesteren. Als ze hun geloofwaardigheid op het spel zetten, graven ze hun eigen graf.

Internet is chaos, een stroom aan ongebreidelde, ongecontroleerde informatie die op de gebruiker wordt losgelaten. Het is steeds de taak van de media geweest orde te scheppen in de informatiechaos, aan gatekeeping te doen, het nieuws te ordenen, te duiden, het essentiële van het bijkomstige te onderscheiden en dit in functie van de doelgroep.

Hoe groter de informatiestroom, en door het internet groeit die exponentieel, hoe belangrijker het wordt dat de nieuwsselectie op een professionele manier gebeurt. De lezer, kijker, luisteraar, internaut vraagt kwalitatieve media. Dat zijn media die in staat zijn het voor hem relevante nieuws te selecteren. Dat zijn media die voor hem een onderscheid maken tussen waarheid en verzinsel.

Het internet mag dan al van iedereen een journalist en uitgever maken. Professionalisme in journalistiek en uitgeverij zal nooit voor iedereen weggelegd zijn. Precies dat professionalisme moet ervoor zorgen dat de begrippen persvrijheid en democratie een kwalitatieve invulling krijgen. Professionele media zijn media die ervoor zorgen dat de burger die waaier aan dubbel gecheckte informatie krijgt die hij nodig heeft om zich een mening te kunnen vormen.

Een wettelijke bescherming van het bronnengeheim biedt de media de kans beter en dus professioneler bezig te zijn met hun corebusiness: het aanbieden van informatie. In die zin dient een wettelijke bescherming van het bronnengeheim de persvrijheid en uiteindelijk ook de democratie.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ging er terecht van uit dat de bescherming van het bronnengeheim van de journalist beschouwd moet worden als voorwaarde voor en tegenhanger van het recht op vrije meningsuiting. Een vrije pers is inderdaad een wezenlijk onderdeel van de rechtsstaat. Ik ben er bijzonder trots op dat ik in mijn land mijn steentje tot de wettelijke bescherming van het bronnengeheim heb kunnen bijdragen.

 

  

Advertenties

Over hermanspinhof

journalist/ writer, print, television, radio photographer
Dit bericht werd geplaatst in journalistiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s